‘Preventierichtlijnen bieden onvoldoende bescherming senioren’ | Vakblad Legionella
473
post-template-default,single,single-post,postid-473,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode_grid_1300,qode-theme-ver-10.1.1,wpb-js-composer js-comp-ver-5.1.1,vc_responsive

‘Preventierichtlijnen bieden onvoldoende bescherming senioren’

Wereldwijd toegepaste richtlijnen voor het voorkomen van legionellabesmetting bieden onvoldoende bescherming aan een groot deel van de ouderen. Dat is althans de conclusie uit onderzoek dat onlangs werd verricht aan de Brunel Universiteit in Londen.

In een artikel in het blad Environmental Technology Reviews hebben de onderzoekers de belangrijkste preventieregels van de Wereldgezondheidsorganisatie, de Britse Health and Safety Executive (HSE) en het European Centre for Disease Prevention and Control (CDPC) tegen het licht gehouden. Deze richtlijnen zijn hoofdzakelijk gefocust op bescherming van kwetsbare bevolkingsgroepen in ziekenhuizen en zorgcentra. Op zich niet vreemd, gezien de belangrijkste risicofactoren bij een legionellabesmetting. De kans op een fatale afloop is groter bij mensen – met name mannen – die een verzwakte weerstand hebben, boven de 45 jaar oud zijn, en aan een luchtwegaandoening, leverziekte, diabetes of kanker lijden.

Miljoenen senioren in ‘gewone’ woonflats
Met de focus op zorginstellingen missen de richtlijnen echter een groot deel van hun doelgroep, zo stelt het onderzoeksrapport. In Groot-Brittannië, waar het onderzoek op is gericht, verblijven ongeveer 400.000 65-plussers in aanleunwoningen en zorgcentra, maar wonen miljoenen senioren in gewone woonblokken met een centraal waterleidingsysteem dat voor warm en koud water zorgt, maar in theorie ook heel effectief legionella kan verspreiden. Anders dan zorgcentra zijn deze woonblokken niet opgenomen in de WHO- andere richtlijnen. En dat leidt in combinatie met de toenemende vergrijzing tot grote risico’s, zo stellen de onderzoekers.

Aanbeveling: nieuwe testmethoden
Een ander pijnpunt dat ten aanzien van de genoemde richtlijnen wordt benoemd, is de kwaliteit van de hierin opgenomen detectiemethoden. Er zijn verschillende testmethoden beschikbaar die in geval van een concrete besmetting zeer uiteenlopende resultaten geven en waarbij zowel een forse onder- als overschatting van het aantal levende bacteriën voorkomt. Een van de aanbevelingen in het onderzoeksrapport luidt dan ook dat nieuwe  snel werkende methoden voor legionelladetectie moeten worden ontwikkeld.

• Een uitgebreider artikel over het betreffende onderzoek wordt gepubliceerd in editie 2 van vakblad Legionella, die verschijnt op 4 september.