Nieuw platform brengt risico’s koelwater onder de aandacht | Vakblad Legionella
887
post-template-default,single,single-post,postid-887,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode_grid_1300,qode-theme-ver-10.1.1,wpb-js-composer js-comp-ver-5.1.1,vc_responsive

Nieuw platform brengt risico’s koelwater onder de aandacht

Nederlandse wetgeving rond legionellapreventie is voor het overgrote deel gericht op drinkwater in prioritaire instellingen. “Gezien de hoeveelheid leidingwerk en het aantal gebruikers is dat logisch”, stelt Antoine van Hoorn, secretaris van Stichting Kennisuitwisseling Industriële Watertechnologie (SKIW). “Maar ondertussen worden de besmettingsrisico’s van industrieel koelwater waarschijnlijk onderschat.” Een nieuw koelwaterplatform moet ervoor zorgen dat hier meer aandacht voor komt, en dat kennis vanuit de industrie wordt gebruikt voor het inrichten van goede wet- en regelgeving.

Na de ramp die zich in 1999 in Bovenkarspel voltrok, heeft de Nederlandse overheid legionellapreventiebeleid opgetuigd dat vooral is gericht op prioritaire instellingen, zoals ziekenhuizen, campings en zwembaden. Het besmettingsrisico van industriële koelwaterinstallaties stond en staat veel minder onder de aandacht. Toch hebben zich op verschillende locaties binnen en buiten Europa grote incidenten voorgedaan waarbij mensen aantoonbaar ziek zijn geworden door een besmette koeltoren, soms met dodelijke afloop.

Europese wetgeving
Hoewel de meeste aandacht van beleidsmakers niet op preventie bij koeltorens is gericht, is sinds 2001 wel degelijk Europese wetgeving van kracht die deels betrekking heeft op legionellabeheer in koelsystemen. Daarbij gaat het om de zogeheten BREF-richtlijn (Best Available Techniques REFerence) die de basis vormt voor het Nederlandse AI32-document (zie kader ‘Nederlandse regelgeving’). Die BREF-richtlijn is uitgevaardigd door het IPPC-bureau (Integrated Pollution Prevention and Control) en draait om Best Available Techniques, oftewel BAT. Daarmee wordt de ondergrens aangegeven van wat in nationale wetgeving in EU-lidstaten moet worden vastgelegd. “Destijds heeft Nederland een grote stem gehad in de inhoudelijke samenstelling van die BAT”, vertelt Antoine van Hoorn. “Voordat het IPPC-bureau een internationale vergadering bijeenriep om die BAT definitief te maken, heeft de Nederlandse industrie een groepje ‘koelwatergoeroes’ bij elkaar gebracht. Samen met Rijkswaterstaat hebben deze experts alle BAT-documentatie doorgespit en waar nodig van commentaar voorzien. Tijdens de bijeenkomst van het IPCC, die plaatsvond in Sevilla, was Nederland één van de weinige landen die de vergadering goed hadden voorbereid. Het resultaat was dat nagenoeg al onze wijzigingsvoorstellen in de uiteindelijke tekst zijn opgenomen.”

Herziening
In principe moet de BREF iedere vijf jaar worden herzien, maar dat is sinds de invoering in 2001 niet meer gebeurd. Volgens Van Hoorn komt dat met name omdat geen enkel land geld wilde vrijmaken om als kartrekker voor zo’n herzieningstraject te fungeren. Inmiddels, 17 jaar na dato, is zo’n herziening echter onvermijdelijk: “Er zijn tal van technische innovaties ontwikkeld die moeten worden verankerd in regelgeving, zodat marktpartijen binnen Europa in een ‘level playing field’ opereren”, stelt hij. Dit jaar, of in 2019, zal daarom eigenlijk een herziening plaats moeten gaan vinden, en we moeten ervoor zorgen dat we daar als Nederlandse industrie net als in 2001 goed op voorbereid zijn zodat we een belangrijke stem hebben in de nieuwe regelgeving. Een belangrijk punt is bijvoorbeeld dat het huidige BREF-document 300 pagina’s telt en in feite al veel te omvangrijk is. Inmiddels is energiebesparing en -beheer een heel belangrijk onderwerp geworden. Er gaan stemmen op om de energiehoofdstukken aan de BAT Industrial Cooling toe te voegen. Dat moeten we voorkomen, anders hebben we straks een document dat volledig ondoorgrondelijk en daardoor in de praktijk niet meer bruikbaar is. Maar los daarvan willen we ook dat Nederlandse kennis bij de herziening wordt ingebracht, zeker als het om belangrijker onderwerpen zoals legionellapreventie bij koeltorens gaat. Daar kan het nieuwe koelwaterplatform een belangrijke rol in spelen, door Nederlandse kennis te bundelen voor inbreng.”

Kennisuitwisseling
Behalve de wens om Nederlandse kennis in te brengen bij de BREF-herziening – die uiteindelijk mede de basis vormt voor Nederlandse wetgeving – is ‘kennisuitwisseling’ een andere belangrijke reden voor de oprichting van het koelwaterplatform. Volgens Van Hoorn is het cruciaal dat Nederlandse bedrijven, verenigd in branche- en beroepsorganisaties zoals SKIW, EVAQUA en VEMW (de Vereniging voor Energie, Milieu en Water), samenwerken om tot betere oplossingen voor onderwerpen zoals het legionellavraagstuk te komen. “Er is bijvoorbeeld nog altijd geen bestrijdingsmiddel voor koelwaterbehandeling dat optimaal werkt en geen nadelen met zich meebrengt”, vertelt hij. “Op grote schaal worden chemicaliën ingezet om kalkaanslag, corrosie en biofilmvorming – een broedplaats voor legionella – tegen te gaan, maar vrijwel alle middelen hebben een in meer of mindere mate negatieve impact op het milieu of brengen bijvoorbeeld bij handling explosie- en brandgevaar met zich mee. Een van de meest gebruikte middelen is bijvoorbeeld natriumhypochloriet, beter bekend als chloorbleekloog. De bijproducten die bij gebruik van dit desinfectiemiddel ontstaan, trihalomethanen zoals chloroform en bromoform, worden gedeeltelijk geloosd, terwijl bekend is dat deze stoffen milieuschade veroorzaken. Het zou daarnaast goed zijn als er meer onderzoek wordt gedaan naar de mogelijkheid om biologisch afbreekbare middelen in te zetten bij de behandeling van koelwatersystemen. Die worden nu op nog te kleine schaal in de industrie toegepast. Het is ook een onderwerp dat misschien wel zou moeten worden verankerd in internationale en nationale regelgeving.”
Het platform, dat nog niet formeel bij elkaar is gekomen, heeft inmiddels zijn eerste activiteit op de planning staan. In opdracht van VEMW wordt binnenkort gestart met een inventarisatie van de problemen rond koelwater waar men in de industrie mee heeft te maken. Ongeveer 80 bedrijven krijgen dit voorjaar een uitgebreide enquête toegestuurd, waarin ook legionellavorming en -preventie een onderwerp is. “Het is belangrijk om in kaart te brengen waar men in de industrie tegenaan loopt en waar oplossingen voor moeten worden geboden”, aldus Van Hoorn. “Met dat inzicht kunnen we kennis doorontwikkelen en wetgeving proberen bij te sturen.” (Foto: Shutterstock.com)